Gokbedrijven verdwijnen uit het Belgische profvoetbal, maar winnen terrein in de amateurreeksen.
Clubs uit de hoogste amateurdivisies dragen steeds vaker een goklogo op hun shirts. En zetten hiermee de Kansspelcommissie spreekwoordelijk buitenspel.
De Kansspelcommissie is bezorgd, maar de wet laat het toe. Reclame maken voor gokbedrijven is verboden op professioneel niveau, maar niet op amateurniveau.
Amateurclubs vullen het gat dat het profvoetbal achterlaat
Vanaf 2028 zijn goksponsors verboden in het Belgische profvoetbal. Dat lijkt de goksector nauwelijks te deren. Die schuift simpelweg door naar het volgende niveau: de amateurs. Daar zijn de regels nog soepeler, en de nood aan inkomsten groter.
Volgens cijfers van Belgische amateurclubs heeft inmiddels bijna de helft van de clubs uit de hoogste twee amateurreeksen een deal met een gokbedrijf. Dat roept vragen op, zeker omdat jonge spelers en supporters zo dagelijks in aanraking komen met de gokindustrie.
De wet verbiedt logo’s van gokbedrijven op de voorzijde van shirts, maar bedrijven en clubs vinden manieren om die regels te omzeilen. Ze passen de naam lichtjes aan, zodat die onherkenbaar lijkt, maar nog steeds verwijst naar de goksite.
‘Als Club Brugge het doet, waarom zouden wij dan niet?’
Sportmarketeer Geert Smets begrijpt dat amateurclubs geen nee zeggen.
“Voor die clubs is het een no-brainer. Als Club Brugge met een goksponsor werkt, willen de kleintjes niet heiliger zijn dan de paus.”
Voor bedrijven zoals Betsson Group is het een logische stap. Timothy Mastelinck, commercieel directeur, zegt dat zijn bedrijf inmiddels 22 amateurclubs sponsort. Volgens hem vragen de clubs er zelf om. Het geld is welkom en op amateurwedstrijden kan niet worden gewed, stelt hij.
Maar die nuance verandert niets aan de zichtbaarheid. Logo’s staan op mouwen, borden en sociale media. Daarmee blijft gokken verweven met voetbal.
Gokken lijkt onschuldig, maar de gevolgen zijn groot
Arne Nilis kent de andere kant van het verhaal. Als oprichter van Beyond the Bet spreekt hij vanuit ervaring. Hij waarschuwt voor de normalisering van gokken, vooral onder jongeren. Het lijkt onschuldig, maar leidt vaak tot verslaving en persoonlijke schade.
Nilis verwijst naar zorgwekkende cijfers. Een kwart van de jongeren tussen 12 en 18 jaar heeft ooit gegokt. In amateurclubs is het risico op problematisch speelgedrag negen keer zo groot. Hij pleit voor verplichte voorlichting binnen elke club.
Clubs weten dat er een spanningsveld is, maar voelen zich klem. Zolang de wet goksponsoring toelaat in het amateurvoetbal, blijven ze meedoen. En dus schuift het probleem op, van de profs naar de rest.