Het laatste nieuws vanuit de Casinowereld!
Montana de luxe van splin

Het mysterie van niet-belaste bingo’s in Brussel duikt opnieuw op

In Brussel woedt al enkele jaren een conflict tussen kansspeloperatoren over een gewestelijke belasting op bingomachines. De zaak, onlangs opnieuw gelanceerd door een gerechtelijke beslissing, werpt een licht op vermoedens van niet-betaling, controles die als onvoldoende worden beschouwd en een inkomstenverlies dat voor de overheidsfinanciën op meerdere miljoenen euro wordt geraamd.

Een dramatisch onderzoek

Het verhaal begint niet in een rechtbank, maar op het terrein. In het voorjaar van 2023 krijgt een privédetective de opdracht cafés in de hoofdstad af te schuimen. Zijn missie: discreet de geplaatste bingomachines observeren en hun fiscale conformiteit controleren.

Aan de oorsprong van deze démarche liggen verschillende professionals uit de sector, verenigd in de vzw Uba-Bngo (Beroepsvereniging van fabrikanten, distributeurs en exploitanten van kansspelen). Deze actoren vermoeden dat een concurrent de verplichte gewestelijke belasting op automatische ontspanningstoestellen omzeilt. Twee onderzoeksrapporten maken melding van machines zonder geldige fiscale vignette, een nochtans onmisbaar element om aan te tonen dat de belasting daadwerkelijk werd betaald.

In 2023 zouden van de 22 toestellen die als onregelmatig werden beschouwd, er acht gelinkt zijn aan het geviseerde bedrijf. Een jaar later blijven de vaststellingen aanhouden: 22 machines leveren nog steeds problemen op, waarvan veertien aan dezelfde operator worden toegeschreven. Voor de klagers illustreren deze cijfers een structurele situatie.

Een belasting in het hart van het economische evenwicht van de sector

Het wettelijk kader legt verschillende strikte verplichtingen op. Plaatsers en exploitanten moeten beschikken over een vergunning afgeleverd door de Kansspelcommissie en een jaarlijkse gewestelijke belasting betalen voor elke geplaatste machine. Op 1 januari 2025 bedroeg deze belasting 6.103,10 euro per toestel. Ze vormt een belangrijke budgettaire bron: ongeveer 10 miljoen euro aan jaarlijkse inkomsten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zodra de belasting betaald is, wordt een officiële vignette op de machine aangebracht. Die maakt het mogelijk toestellen die in orde zijn te onderscheiden van toestellen die dat niet zijn.

Voor operatoren die de regelgeving naleven, creëert de vermeende fraude een grote verstoring.

“Mijn cliënten betalen elk jaar tot 600.000 euro aan belastingen voor deze vignetten,” legt de advocaat van de klagers, Antoine Chomé, uit.

Volgens hem zou het ontwijken van de belasting toelaten gunstigere commerciële voorwaarden aan café-uitbaters aan te bieden en zo strategische locaties binnen te halen.

Controles als onvoldoende beschouwd en een complex administratief systeem

Achter het commerciële geschil schuilt een bredere institutionele moeilijkheid. In Brussel berust de inning van deze belasting op een hybride mechanisme. Ze valt onder de gewestelijke bevoegdheid, maar de inning gebeurt door de federale administratie, met name de FOD Financiën, die de bedragen vervolgens aan het Gewest doorstort.

Deze taakverdeling bemoeilijkt de controles. Al in 2020 wijzen uitwisselingen tussen administraties op een gebrekkige opvolging en een stijgend aantal bedrijven dat ervan wordt verdacht de wetgeving niet na te leven. De gewestelijke autoriteiten maken zich dan zorgen over een daling van de inkomsten en een systeem dat op het terrein moeilijk afdwingbaar is.

Het gerechtelijke steekspel zet zich in

Na het onderzoek beslissen verschillende operatoren in juni 2024 een gerechtelijke procedure te starten voor de Franstalige ondernemingsrechtbank van Brussel. Ze vragen dat het betrokken bedrijf wordt verplicht interne documenten over zijn activiteiten en boekhouding voor te leggen, om de effectieve betaling van de belastingen te controleren. Ze vragen eveneens de stopzetting van de exploitatie van de betwiste machines, omdat ze menen slachtoffer te zijn van oneerlijke concurrentie.

Maar in eerste aanleg wordt hun verzoek afgewezen. Een beslissing die de zaak had kunnen afsluiten. Ze heeft enkel het nieuwe vervolg uitgesteld.

Op 5 februari jongstleden spreekt het hof van beroep van Brussel een interlocutoir arrest uit dat de dynamiek van het geschil verandert. Zonder definitief over de grond te oordelen, menen de rechters dat er ernstige en precieze aanwijzingen bestaan van een mogelijke niet-betaling van de belasting.

Ze bevelen het betrokken bedrijf een geanonimiseerde lijst te bezorgen van het aantal toestellen dat in Brusselse horecazaken werd geplaatst. De Belgische Staat moet op zijn beurt een overzicht leveren van de aangegeven machines, evenals een attest van de betaalde bedragen voor de jaren 2023, 2024 en 2025. Voor het hof volstaat het argument van het zakengeheim niet om deze mededelingen te weigeren. Het bedrijf moet meewerken aan de bewijsvoering.

“Als de operator in orde was, had hij vóór de zitting meteen het bewijs van betaling van zijn belastingen geleverd,” stelt Antoine Chomé, ervan overtuigd dat de documenten de vermoedens van zijn cliënten zullen bevestigen.

Het hof is evenwel niet op alle verzoeken ingegaan: er wordt in dit stadium geen financiële dwangsom opgelegd en de exploitatie van de machines wordt niet geschorst.

Een verdediging die elke fraude betwist

Het geviseerde bedrijf verwerpt de beschuldigingen sinds het begin van de procedure. Het erkent enkel eventuele administratieve vertragingen, die intussen zouden zijn geregulariseerd. Het omschrijft de gerechtelijke actie als een poging van concurrenten om gevoelige commerciële informatie te verkrijgen.

De magistraten zijn niet overtuigd door deze argumentatie, evenmin als zij zich hebben gebaseerd op de wederzijdse beschuldigingen tussen operatoren. Hun beslissing blijft voorzichtig: het arrest is interlocutoir, met andere woorden voorlopig. Het legt onderzoeksmaatregelen op zonder vooruit te lopen op het eindvonnis.

De gerechtelijke kalender voorziet nu in de overdracht van de gevraagde stukken, een beslissende stap om te bepalen of er een fiscaal verzuim is geweest.

Voor de overheden overstijgt de inzet het loutere commerciële conflict. De belasting op automatische toestellen vormt een stabiele inkomstenbron voor het Brussels Gewest. Elke fiscale ontwijking ondermijnt niet alleen deze bron, maar ook de geloofwaardigheid van het controlesysteem. Momenteel wordt een protocol voorbereid om de communicatie tussen de bestuursniveaus te verbeteren en de identificatie van niet-belaste machines te versterken. De fiscale administratie geeft aan haar ambtenaren in haar controledirectieven voor deze problematiek te hebben gesensibiliseerd.

De zaak is verre van afgerond. Indien oneerlijke concurrentie wordt bevestigd, overwegen sommige operatoren al om schadevorderingen in te stellen om de geleden verliezen te compenseren.

 | 

Sarah heeft een scherp oog voor trends in de gokwereld. Met een passie voor sport houdt ze zich bezig met alles van verantwoord gokken tot casinowetgeving. Haar schrijfstijl maakt complexe onderwerpen toegankelijk voor lezers.

Aanbevolen

Clickbait en kansspelen: een explosief duo

De rechterhand van Reynders in de storm

Fraude in het casino van Chaudfontaine: drie werknemers veroordeeld