Kansspelen: wanneer Facebook-advertenties kinderen viseren
Advertenties voor kansspelen waarin foto’s van kinderen worden gebruikt, zijn recent op Facebook verspreid.
Een melding die de stilte doorbreekt
De waarschuwing kwam van een alerte lezer. Tijdens het scrollen door zijn nieuwsfeed stuitte hij op een advertentie die hem choqueerde. Hij bezorgde die aan onderzoeksjournalist Michael Schmitt, bekend om zijn expertise in digitale mechanismen en grote technologiebedrijven.
Het beeld toont een vrouw die een kind aanmoedigt om een kansspelapplicatie te downloaden. De gebruikte taal verwijst naar zakgeld, snelle beloningen en de illusie van een spel zonder gevolgen. Voor Schmitt gaat het hier niet om gewone reclame, maar om een gevaarlijke normalisering van kansspelmechanismen bij een kwetsbaar publiek.

Een ethische grens duidelijk overschreden
Wat het meest verontrust, is de herhaling van het fenomeen. Deze advertenties zijn geen alleenstaand geval. Ze duiken regelmatig opnieuw op, onder verschillende accounts, maar met identieke mechanismen: onrealistische beloftes, overdreven kansen, een kinderlijke esthetiek. Gebruikers melden ze. Soms verdwijnen ze, om daarna opnieuw te verschijnen.
Meta profileert zich als een technologisch tussenplatform, maar zijn rol gaat veel verder. Het beslist welke inhoud wordt verspreid, naar wie en volgens welke criteria. De verantwoordelijkheid van het platform is des te groter omdat het beschikt over geavanceerde tools om doelgroepen te analyseren, inhoud te filteren en illegale advertenties te blokkeren. Dergelijke advertenties laten passeren komt neer op het erkennen van een ernstige tekortkoming in de toepassing van de eigen regels.
Het verspreiden van kansspelreclame gericht op kinderen is geen louter technisch incident: het is een kwestie van volksgezondheid, ethiek en de bescherming van minderjarigen.
Een “kapot” systeem?
Michael Schmitt besluit met een diepe bezorgdheid:
“Als dit is hoe de toepassing van de advertentieregels er in 2026 uitziet, dan is er iets fundamenteel kapot.”
De inzet gaat veel verder dan één geval van ongepaste reclame. Het raakt aan de geloofwaardigheid van moderatiebeleid, het vertrouwen van het publiek en het vermogen van grote digitale bedrijven om hun maatschappelijke rol op te nemen. De bescherming van kinderen in de digitale ruimte is niet onderhandelbaar. Ze moet centraal staan, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk.

