Meta veroordeeld voor frauduleuze Barrière-reclames
Het Hof van Beroep van Parijs heeft de veroordeling van Meta Platforms (moedermaatschappij van Facebook, Instagram en Messenger) bevestigd wegens de verspreiding van illegale online gokreclames die op frauduleuze wijze de bekendheid van de Groupe Barrière uitbuitten.
Misleidend gebruik van een historisch merk om spelers aan te trekken
Gesponsorde advertenties die op de platforms van Meta werden verspreid, gebruikten ten onrechte het imago van de Groupe Barrière om niet-vergunde online goksites in Frankrijk te promoten. Deze advertenties maakten gebruik van de naam Barrière, de visuele codes van de groep en een vormgeving die een officieel partnerschap suggereerde, met als doel het vertrouwen van internetgebruikers te misbruiken. Ze spoorden aan om zich te registreren en te spelen op platforms die in werkelijkheid niet werden gereguleerd door de bevoegde Franse autoriteiten.
Geconfronteerd met deze situatie besloot de Groupe Barrière te reageren. Ondanks herhaalde meldingen aan Meta bleven deze inhoudelijke elementen aanwezig. Daarop stapte de groep naar de kortgedingrechter van de rechtbank van eerste aanleg in Parijs om de onmiddellijke stopzetting van deze advertenties te verkrijgen.
In eerste aanleg had de rechtbank de Groupe Barrière al in het gelijk gesteld. De rechter oordeelde dat de betwiste advertenties een kennelijke inbreuk vormden op de merkrechten van de groep en een promotie inhielden van activiteiten die strikt gereguleerd — of zelfs verboden — zijn door het Franse kansspelrecht. De rechtbank had Meta toen bevolen om doeltreffende maatregelen te nemen om de verspreiding van deze advertenties te voorkomen, en niet te volstaan met loutere occasionele verwijderingen. Het ging om een duidelijke injunctie: Meta moest niet alleen de advertenties verwijderen, maar ook technische preventiemiddelen inzetten. Meta had tegen deze beslissing beroep aangetekend en betwistte zowel het bestaan van een onrechtmatige verstoring als de omvang van de opgelegde verplichtingen.
Het Hof van Beroep maakt een einde aan het debat over de verantwoordelijkheid
In zijn arrest van 29 januari 2026 heeft het Hof van Beroep van Parijs de beslissing in eerste aanleg zonder voorbehoud bevestigd. Het Hof oordeelde onder meer dat:
- De promotie van niet-vergunde kansspelen volgens het Franse recht een kennelijk onwettige activiteit is.
- Het gebruik van het merk en het imago van de Groupe Barrière deze advertenties nog misleidender en schadelijker maakt.
- De herhaling van deze inhoud elke kwalificatie als een geïsoleerd incident uitsluit.
Het Hof verwierp ook het centrale argument van Meta dat het slechts een neutrale en passieve rol als hostingplatform zou hebben gespeeld. Integendeel, het oordeelde dat Meta instond voor de commerciële verspreiding, de zichtbaarheid en de algoritmische optimalisatie van deze advertenties, waardoor het zich niet aan elke verantwoordelijkheid kon onttrekken.
Deze beslissing versterkt de verantwoordelijkheid van digitale platforms op het vlak van illegale of frauduleuze reclame-inhoud. Tot nu toe neigde het juridische debat ertoe een onderscheid te maken tussen de rol van host en die van uitgever: een host zou enkel gehouden zijn tot verwijdering na melding, maar niet tot actieve controle. Het Hof van Beroep van Parijs stelt deze visie in vraag door te oordelen dat een platform dat reclame verspreidt, valoriseert en commercieel optimaliseert, geen louter passieve rol kan innemen.
Deze Franse rechtspraak sluit aan bij de principes van de Digital Services Act (DSA), het Europese kader dat grote platforms verplicht tot verhoogde waakzaamheid ten aanzien van illegale inhoud, waaronder reclame.
Welke gevolgen voor Meta en daarbuiten?
Voortaan zijn platforms zoals Meta duidelijk verplicht om proactief op te treden tegen de verspreiding van kennelijk illegale advertenties, vooral wanneer die bekende merken misbruiken om consumenten te misleiden. Voor Meta kan dit arrest betekenen dat strengere filters en controlesystemen moeten worden ingevoerd om de publicatie van dergelijke inhoud te voorkomen nog vóór deze wordt verspreid. Deze evolutie gaat verder dan loutere meldings- of verwijderingsmechanismen achteraf.
Op een moment waarop digitale platforms een centrale rol spelen in de verspreiding van reclameboodschappen, vormt deze beslissing van het Hof van Beroep van Parijs een belangrijk juridisch ijkpunt. Ze bevestigt opnieuw dat commerciële vrijheid van meningsuiting niet mag worden uitgeoefend ten koste van de naleving van nationale wetgeving, noch ten koste van het misleiden van gebruikers.

