Crypto misbruikt om te spelen
Een gerechtelijke beslissing in Den Haag onthult een verontrustende ontsporing: fondsen die bedoeld waren voor investeringen in cryptomunten zijn gebruikt voor online gokken.
Een geschonden vertrouwen
Alles begint tussen januari 2021 en mei 2022. Een man maakt meer dan 75.000 euro over aan een kennis om te investeren in cryptomunten. Het beheer van de fondsen wordt toevertrouwd aan de ontvanger, die verantwoordelijk is voor de aankoop en het bewaren van de digitale activa in een gezamenlijke portefeuille. Maandenlang doen berichten tussen de twee mannen vermoeden dat de investeringen correct worden uitgevoerd. De beheerder geeft zelfs updates over de vermeende hoeveelheid cryptomunten in bezit.
In december 2024 verandert alles. De beheerder meldt dat de fondsen niet langer beschikbaar zijn. Het geld is gebruikt voor persoonlijke doeleinden, waaronder online gokken.
Naast het financiële verlies is het vooral het gebrek aan transparantie dat de aandacht van de rechtbank trekt. Door deze fondsen zonder medeweten van de eigenaar te gebruiken, heeft de beheerder een fundamentele afspraak geschonden.
Het standpunt van de rechtbank
De rechtbank in Den Haag laat weinig twijfel bestaan. Zij oordeelt dat het gedrag van de verweerder in strijd is met de afspraken tussen beide partijen.
Zelfs als de relatie niet professioneel was, verandert dat niets aan de aard van de verplichtingen. Het gebruik van andermans geld voor persoonlijke doeleinden, zonder toestemming of informatie, vormt een foutieve handeling. De rechtbank besluit dan ook dat de verweerder onrechtmatig heeft gehandeld.
Een verlies dat aannemelijk is, maar moeilijk te becijferen
Geconfronteerd met de situatie heeft de verweerder het volledige oorspronkelijke bedrag terugbetaald, met interesten. Volgens de eiser ligt de werkelijke schade echter niet alleen in het verlies van de initiële fondsen, maar in de gemiste kans. Als de cryptomunten daadwerkelijk waren aangekocht, had hun waarde aanzienlijk kunnen stijgen. Hij eist daarom meer dan 238.000 euro, een bedrag berekend op basis van de hypothetische waarde van de digitale activa die hij had moeten bezitten.
De rechtbank erkent dat de eiser schade heeft geleden. Eén element springt in het oog: een verkoop van 1,1 bitcoin, gepland op 23 december 2024, kon niet worden uitgevoerd. Deze transactie zou ongeveer 100.100 euro hebben opgebracht. Dit punt stelt de rechter in staat vast te stellen dat het verlies reëel is en niet louter theoretisch.
Toch oordeelt de rechtbank dat het exacte bedrag van de schade onvoldoende is onderbouwd. De schommelingen op de cryptomarkt maken elke schatting complex. Het dossier is doorverwezen naar een specifieke procedure om het schadebedrag nauwkeurig te bepalen.
Een veroordeling reeds uitgesproken
Hoewel het bedrag van de schade nog moet worden vastgesteld, staat de aansprakelijkheid van de verweerder buiten twijfel. De rechtbank veroordeelt hem niet alleen voor zijn gedrag, maar verplicht hem ook om de gerechtskosten te betalen, die oplopen tot 4.363,45 euro.

