Een belasting van 1 % zou kansspelen in Europa kunnen veranderen
Een Europese belasting van 1 % op de inkomsten uit kansspelen lijkt nog moeilijk in te voeren. Maar om een gemeenschappelijke belasting te heffen, zou de Europese Unie misschien eerst precies moeten definiëren wat zij als een kansspel beschouwt.
Een belasting van 1 % die veel verder gaat dan de fiscale kwestie
Het project dook in februari 2026 op in Brussel. Victor Negrescu, vicevoorzitter van het Europees Parlement en lid van de begrotingscommissie, stelde voor om 1 % te heffen op de inkomsten uit kansspelen in de 27 lidstaten.
De opgehaalde bedragen zouden bestemd zijn voor bepaalde Europese begrotingsprioriteiten, met name onderwijs en initiatieven voor jongeren. Het voorstel kadert in de discussies rond het meerjarig financieel kader 2028-2034 en kreeg de steun van de politieke S&D-fractie. In mei hield de begrotingscommissie van het Europees Parlement een formele vergadering over het onderwerp.
Meerdere obstakels maken deze belasting echter onzeker. Een fiscaliteit die op het niveau van de Unie wordt ingevoerd, vereist de unanieme goedkeuring van de 27 lidstaten. Landen met een belangrijke online kansspelindustrie zouden zich met name kunnen verzetten tegen een maatregel die de lasten verhoogt voor operatoren die zij op hun grondgebied willen houden.
Voor Europa kan belasten, moet het een delicate vraag beantwoorden
Het belang van het project zou echter elders kunnen liggen. Een juridische analyse die in augustus werd gepubliceerd door Claire Pinson-Bessonnet, oprichtend vennoot van CPB Avocats en specialiste in Europees kansspelrecht, benadrukt een fundamentele moeilijkheid.
Voordat kan worden bepaald hoe kansspelen op Europees niveau moeten worden belast, zouden de lidstaten het eerst eens moeten worden over hun definitie.
Deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag kan aanzienlijke gevolgen hebben. Welke producten zouden onder het toepassingsgebied van de belasting vallen? Welke operatoren zouden betrokken zijn? En vooral, op welke gemeenschappelijke basis zouden hun inkomsten worden belast?
Het beantwoorden van deze vragen zou een mate van harmonisatie van definities vereisen die de Europese Unie nooit heeft kunnen bereiken via wetgeving die specifiek aan kansspelen is gewijd.
Een unieke Europese vergunning blijft buiten bereik
Al bijna twee decennia houdt de sector rekening met de mogelijkheid dat er een gemeenschappelijke Europese vergunning voor kansspelen zou verschijnen. In 2026 wijst niets erop dat zo’n systeem op het punt staat te worden gecreëerd.
Vandaag bestaat er geen unieke Europese vergunning en evenmin een Europese kansspelregulator. De 27 lidstaten beschikken ook niet over een gemeenschappelijke reclamenorm, een uniform kader rond verantwoord spelen of een gedeeld fiscaal model.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie bevestigde in 2026 bovendien dat de lidstaten een ruime beoordelingsmarge behouden om grensoverschrijdende kansspeldiensten te beperken wanneer legitieme doelstellingen van algemeen belang worden nagestreefd.
De echte regelgevende toenadering verloopt via witwassen
In plaats van een Europese regelgeving te creëren die specifiek voor kansspelen geldt, bouwt de Unie geleidelijk gemeenschappelijke verplichtingen op via teksten die op meerdere sectoren van toepassing zijn.
De Europese verordening 2024/1624 rond de strijd tegen witwassen vormt een van de belangrijkste voorbeelden. Ze zal op 10 juli 2027 rechtstreeks van toepassing worden in alle lidstaten. De tekst voert met name een gemeenschappelijke definitie van kansspeldiensten in, harmoniseert de verplichtingen inzake klantenonderzoek en uniformiseert bepaalde vereisten rond het melden van verdachte transacties.
Een andere wijziging zou bijzonder gevoelig kunnen zijn voor bedrijfsleiders: bij tekortkomingen aan de regels rond de strijd tegen witwassen zullen sancties persoonlijk betrekking kunnen hebben op leden van de directie, en niet langer alleen op het bedrijf. Ook de drempel die wordt gebruikt om uiteindelijk begunstigden te identificeren evolueert, van meer dan 25 % naar 25 % of meer van de aandelen of stemrechten. De Europese norm wordt zo strenger dan bepaalde nationale praktijken.
Deze harmonisatie beschikt voortaan over haar eigen toezichtsarchitectuur. De Europese Autoriteit voor de bestrijding van witwassen is sinds juli 2025 operationeel en gevestigd in Frankfurt.
In juli 2026 rondde ze ontwerpen van normen af die een gemeenschappelijk systeem met vier niveaus vastleggen om de ernst van inbreuken in verband met witwassen en terrorismefinanciering te beoordelen.
Een openbare raadpleging, open tot 27 september, heeft ook betrekking op de manier waarop toezichthoudende autoriteiten de intrinsieke witwasrisico’s moeten beoordelen die onderworpen entiteiten uit de niet-financiële sector vertonen. Kansspeloperatoren zijn expliciet betrokken.
Voor Miguel Luís, verantwoordelijke voor compliance, de strijd tegen witwassen en gegevensbescherming bij Lebull, vormt deze raadpleging een kans voor professionals uit de sector om deel te nemen aan de uitwerking van de normen die daarna zullen dienen om hun compliancesystemen te beoordelen.
Regelgevingskosten die nu al beginnen door te wegen
In tegenstelling tot het project van een belasting van 1 % zijn de nieuwe Europese regels tegen witwassen geen politieke hypothese meer. Het juridische kader bestaat, de toepassingsdatum ligt vast en de autoriteit die belast is met het toezicht is al operationeel.
De sectorramingen die door Miguel Luís worden vermeld, schatten de stijging van de operationele kosten door volledige naleving voor middelgrote operatoren op 8 % tot 15 %. De procedures voor verscherpt klantenonderzoek bij klanten die als hoog risico worden beschouwd, zouden de zwaarste last vormen.
Digitaal wordt een ander coördinatie-instrument
De Europese toenadering stopt niet bij de regels tegen witwassen. De regelgeving rond digitale diensten vormt een tweede laag van gemeenschappelijke regels die directe gevolgen kan hebben voor de sector.
Europa harmoniseert regels zonder één systeem te creëren
De beweging die zich aftekent is dus niet die van één enkele Europese regelgeving voor kansspelen. Het gaat veeleer om de geleidelijke opbouw van een gemeenschappelijke basis via transversale regelgevingen rond onder meer witwassen, digitale diensten, gegevensbescherming en consumenten.
Nationale vergunningen blijven bestaan en staten behouden een ruime autonomie. Maar de verplichtingen waaraan operatoren moeten voldoen, worden geleidelijk meer gelijkaardig binnen de Unie.

