De loterij begon in Brugge, België: een expert legt alles uit
De Nederlandse loterij viert dit jaar haar 300-jarig bestaan. Maar wie vandaag een lot koopt, beseft vaak niet hoe diep de wortels reiken. De Belgische en Nederlandse kansspeltraditie blijkt een spiegel van haar tijd te zijn.
Niet in Amsterdam, noch in Parijs
In het VPRO-programma OVT vertelt cultuurhistoricus en loterijexpert Jeroen Salman over de oorsprong van de moderne loterij. Hij verwijst naar de Grote Markt van Brugge, waar in 1441 de eerste openbare trekking plaatsvond.
Niet in Amsterdam, noch in Parijs, maar wel in Brugge, in wat toen de Bourgondische Nederlanden heette, het kloppend hart van West-Europa in de vijftiende eeuw. De Brugse “lotinghe” gaf niet alleen haar naam aan het woord “loterij”, ze werd ook het model voor heel Europa.
Men kan dus zeggen dat de loterij in België is ontstaan, ook al bestond België toen nog niet als staat.
“Een loterij was ook theater, maandenlang spektakel in de stad”
Wat Salman zelf verraste: de trekkingen duurden maanden en vonden in het openbaar plaats. In Haarlem werden bijvoorbeeld fakkels aangestoken om zelfs ’s nachts door te gaan. De prijzen werden één voor één voorgelezen, vaak vergezeld van kleine persoonlijke zinnen. Dat zorgde voor spanning, maar ook voor vermaak en sociale verbondenheid.
Een vrouw had op haar lot geschreven:
“Ik heb de beste reden om de hoofdprijs te winnen. Het is al 8 jaar geleden dat ik nog met mijn man heb geslapen.”
Die paar woorden gaven kleur aan de trekking, die dag en nacht doorging. Het was zowel publiek vermaak als een sociaal ritueel.
Kinderen als waarborg voor eerlijkheid
De neutraliteit van de trekking werd gegarandeerd door wezen. Zij werden als onschuldig en onpartijdig beschouwd. Het ene kind trok het lot, het andere trok het prijslabel.
Volgens Salman was dit systeem bedoeld om vertrouwen te geven aan het publiek. Ze waren als een menselijke notaris: openbaar, zichtbaar en integer.
Geen nummerkeuze, geen eigen lot
Het systeem werkte anders dan vandaag. Je koos geen eigen nummer; het werd je toegewezen. Dat leidde vaak tot wantrouwen tegenover de verkoper.
De manier van verdelen creëerde een emotionele band met het nummer, met de verkoper, en bij verlies ook met de vraag naar schuld.
“Antisemitisme zat verborgen achter de verliezende loten”
Salman wijst op een pijnlijk historisch detail. De meeste loten werden verkocht door Joodse handelaars, die uitgesloten waren van de ambachten. Verliezen werden hun snel aangerekend.
Zo werd de loterij een kanaal om antisemitische gevoelens aan te wakkeren. Dat toont aan dat kansspelen niet neutraal zijn: ze weerspiegelen wie mag deelnemen en wie aan de kant blijft staan.
Kritiek klonk toen al: predikers waarschuwden voor schulden
Verslaving is geen fenomeen van de laatste decennia. In de achttiende eeuw maakte men zich al zorgen over de spelzucht. Predikers verzetten zich tegen het lenen van geld om te kunnen deelnemen.
Volgens Salman werd de loterij toen voorgesteld als een alternatief voor dobbel- en kaartspelen. Maar het is volgens hem niet zeker dat die andere spelvormen werkelijk afnamen.
Waarom de Belgische Nationale Loterij een referentie werd
België bleef voortbouwen op het Brugse model: een openbare, transparante trekking met een collectief doel. De Nationale Loterij ontstond uit de Koloniale Loterij van 1934. De eerste trekking, op 18 oktober van dat jaar, moest fondsen inzamelen voor de Belgische kolonie Congo. In 1962 werd de naam veranderd in Nationale Loterij. Sindsdien gaan de opbrengsten naar ontwikkelingshulp en publieke doelen in België.
Deelnemers kiezen niet alleen voor winst, maar ook voor het algemeen belang. Bij rampen zoals de overstromingen van Ruisbroek (1976) speelden loterijen zelfs een cruciale rol in de hulpverlening.
Vandaag nog gaan de opbrengsten naar cultuur, sport, ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding. België blijft trouw aan het vijftiende-eeuwse model dat steunt op publieke betrokkenheid, en wil die weg blijven volgen, onder meer met projecten zoals de erfgoedloterij.
Van chaos naar controle: hoe Nederland de Staatsloterij lanceerde
In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kende de loterij haar hoogtepunt in de zeventiende eeuw. Maar de situatie ontspoorde. Overal ontstonden privé- en lokale loterijen. In 1726 greep de staat in en richtte de Generaliteitsloterij op.
Dat was niet alleen een antwoord op corruptie en wantrouwen, maar diende ook om inkomsten voor de staat te genereren. De huidige Nederlandse Staatsloterij is daar de rechtstreekse voortzetting van.
300 jaar Staatsloterij: vieren tussen herinnering en waarschuwing
Nederland viert dit jaar 300 jaar Staatsloterij. Maar het is een viering met een schaduwzijde. Ja, het is het oudste staatskansspel ter wereld. Ja, het bracht stabiliteit en transparantie.
Maar het ontstond ook uit wantrouwen, uit de wil van de staat om controle te nemen en via een omweg geld te innen. Het is eerder een viering van beheersing dan van gemeenschap.
België daarentegen viert geen jubileum, maar bevestigt een koers: deelname is toegankelijk, de opbrengsten dienen de samenleving, en publieke waarde primeert op commerciële winst.

