Valse krantenwinkels: de regel valt weg, de onzekerheid begint
De Raad van State heeft het koninklijk besluit van 2022 vernietigd dat de activiteit van sportweddenschappen in krantenwinkels strikt regelde om de opkomst van zogenaamde “valse krantenwinkels” tegen te gaan. Volgens het hoogste administratieve rechtscollege heeft de regering haar bevoegdheden overschreden door criteria vast te leggen die tot de bevoegdheid van de wetgever behoren. De uitspraak creëert meteen een juridisch vacuüm in de kansspelsector.
Een beslissing die het sectorevenwicht door elkaar schudt
Het juridische kader dat ontsporingen bij “valse krantenwinkels” moest beperken, is weggevallen. De Raad van State heeft het koninklijk besluit van 17 februari 2022 vernietigd, dat strikte voorwaarden oplegde aan sportweddenschappen in krantenwinkels. Die regels waren bedoeld om te voorkomen dat sommige verkooppunten van persproducten in de praktijk bijna volledig wedkantoren werden.
Volgens de Raad van State is de uitvoerende macht daarbij te ver gegaan. Het gevolg: de opgelegde criteria waaraan krantenwinkels moesten voldoen om sportweddenschappen te mogen aanbieden, verdwijnen. Dat leidt tot onmiddellijke rechtsonzekerheid voor uitbaters, toezichthouders en spelers.
De voorgeschiedenis van het koninklijk besluit
Om de inzet te begrijpen, moeten we terug naar 2010. Toen kregen krantenwinkels de mogelijkheid om sportweddenschappen aan te bieden als nevenactiviteit. Dat gebeurde in een periode waarin de inkomsten uit papieren pers sterk daalden. Maar het model ontspoorde geleidelijk. Sommige zaken behielden formeel het statuut van krantenwinkel, terwijl sportweddenschappen hun hoofdactiviteit werden.
Het voordeel zat in de regelgeving: een F2-licentie voor weddenschappen via een krantenwinkel was eenvoudiger te verkrijgen dan voor een klassiek wedkantoor. Daardoor ontstond een aanzuigeffect en nam het aantal wedpunten in krantenwinkels sterk toe.
Om die evolutie af te remmen, voerde de toenmalige minister van Justitie Vincent Van Quickenborne in februari 2022 een koninklijk besluit in. Dat moest duidelijke grenzen trekken en misbruik voorkomen.
Het besluit legde concrete voorwaarden op: een beperking van het aantal wedterminals, restricties op openingsuren, een jaarlijks inzetplafond per vestiging en minimale vereisten rond het aanbod en de omzet uit persproducten. Ook mocht het aandeel van weddenschappen in de totale omzet niet boven een vastgelegde verhouding uitkomen.
De maatregel had zichtbaar effect. Eind 2024 telde men nog 1.281 krantenwinkels met een weddenschapslicentie, tegenover 1.812 drie jaar eerder — een daling van bijna 30%. De toezichthouder sprak van een duidelijke impact op licentieverlengingen.
Juridisch verzet van operatoren
Zoals vaker in de kansspelsector leidde strengere regelgeving tot juridische tegenreacties. Operatoren trokken naar de rechter en stelden dat het besluit te beperkend en juridisch zwak onderbouwd was. Volgens hen waren de criteria arbitrair en moeilijk toepasbaar.
De zaak kwam uiteindelijk voor de Raad van State. Eerder had de auditeur al kritisch geoordeeld over de juridische basis van het besluit. Het definitieve arrest, uitgesproken eind januari, bevestigt die lijn.
De Raad van State sprak zich niet uit over de politieke wenselijkheid van de regels, maar over de bevoegdheidsverdeling. En precies daar wringt het punt.
Bevoegdheidsoverschrijding volgens de Raad van State
De kernvraag was of de regering via een koninklijk besluit mocht bepalen wat precies als “krantenwinkel” geldt, en daar verregaande economische en structurele criteria aan koppelen.
Het antwoord van de Raad van State is negatief. De uitvoerende macht mocht wel voorwaarden vastleggen voor weddenschappen als nevenactiviteit, maar niet zelf de definitie van het beroep krantenverkoper invullen via omzetdrempels, verplichte persvoorraad en omzetverhoudingen.
Zo’n definitie behoort volgens het rechtscollege tot de bevoegdheid van de wetgever — dus het parlement — en moet via een wet gebeuren, niet via een koninklijk besluit.
Een onmiddellijk en concreet juridisch vacuüm
De vernietiging heeft directe gevolgen. De voorwaarden uit het koninklijk besluit hebben geen rechtsgrond meer en kunnen dus niet langer worden afgedwongen of gesanctioneerd.
Concreet betekent dit dat krantenwinkels met sportweddenschappen momenteel niet meer gebonden zijn aan de opgelegde inzetplafonds, terminalbeperkingen en omzetcriteria uit het vernietigde besluit. Het regelgevend kader is opnieuw onduidelijk.
Een mogelijk neveneffect is dat de toekenning en verlenging van licenties kan vertragen of tijdelijk vastlopen, omdat duidelijke toetsingscriteria ontbreken — een situatie die ook vóór 2022 al voorkwam.
Uitbaters wijzen op economische risico’s: voor veel krantenwinkels is de weddenschapsactiviteit een belangrijke aanvullende inkomstenbron. Zij vragen om snelle en juridisch robuuste duidelijkheid.
De bal ligt bij het parlement
Na de vernietiging ligt de verantwoordelijkheid nu expliciet bij de wetgever. Als de overheid sportweddenschappen in krantenwinkels strikt wil blijven reguleren, zal ze dat via een wet moeten doen, met duidelijke en correct verankerde criteria.
Dat wordt geen eenvoudige oefening. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen rechtszekerheid, spelersbescherming, economische leefbaarheid van krantenwinkels en proportionele beperkingen. Onzorgvuldige formuleringen kunnen opnieuw tot procedures leiden.
In afwachting blijft het regelgevend landschap verzwakt — en precies de “valse krantenwinkels” die men wilde terugdringen, zouden van deze grijze zone kunnen profiteren.

