Nationale Loterij: een privilege dat als onwettig wordt beschouwd
Het Grondwettelijk Hof wijst op ongelijkheden in de toepassing van de regels, met name in het voordeel van de Nationale Loterij en bepaalde instellingen. Het legt een grondige herziening van het wettelijk kader op.
Een beslissing die het evenwicht in de sector verstoort
Het Grondwettelijk Hof heeft een belangrijke hervorming van de kansspelen uit 2024 gedeeltelijk vernietigd en daarmee onevenwichten blootgelegd die tot nu toe werden getolereerd. In het vizier: een volgens het Hof ongerechtvaardigde voorkeursbehandeling van de Nationale Loterij, met name online, maar ook bepaalde vrijstellingen voor horecazaken zoals cafés.
De hervorming van 2024 had tot doel de bescherming van spelers te versterken, vooral van kwetsbare groepen. Daarom had de wetgever de verplichting tot identiteitscontrole uitgebreid naar nieuwe actoren, zoals krantenwinkels en hippodromen. Deze controle gebeurt via de EPIS-databank, een centraal register van uitgesloten of verboden spelers.
Al snel kwam er kritiek. Horecazaken vielen buiten deze verplichtingen, wat door de private sector werd aangeklaagd als een belangrijke inconsistentie die zowel de concurrentie verstoorde als de spelersbescherming ondermijnde. Het Grondwettelijk Hof geeft hen nu gelijk.
Cafés onder de loep
In zijn analyse houdt het Hof rekening met de realiteit op het terrein. Horecazaken vormen, zo stelt het, een omgeving waarin risicogedrag rond gokken gemakkelijker kan ontstaan.
De combinatie van sociale context, alcoholgebruik en de toegankelijkheid van kansspelen kan leiden tot verlies van controle. In dat licht is een vrijstelling voor deze locaties moeilijk te verantwoorden.
Het Hof houdt echter ook rekening met praktische bezwaren. Het geeft zowel de sector als de wetgever tijd om zich aan te passen. De huidige regels blijven van kracht tot 31 december 2027.
De Nationale Loterij verdeelt
Centraal in het debat staat ook de Nationale Loterij, een historische speler met een bijzonder statuut dat al langer ter discussie staat.
De kritiek richt zich op twee punten: het ontbreken van controle via de EPIS-databank en de uitzondering op de minimumleeftijd van 21 jaar voor deelname aan kansspelen.
In eerste instantie aanvaardt het Hof een deel van deze uitzondering. Fysieke producten van de Nationale Loterij, zoals krasloten, worden beschouwd als minder risicovol op het vlak van verslaving. Deze beoordeling hangt samen met de aard van het product: een eenmalige aankoop met beperkte betrokkenheid verschilt van doorlopend online spelgedrag.
Voor digitale producten trekt het Hof echter een duidelijke grens. Online spellen van de Nationale Loterij bieden een ervaring die vergelijkbaar is met die van private operatoren. Ze zijn permanent toegankelijk en vaak ontworpen om de aandacht van de speler vast te houden, wat gelijkaardige verslavingsrisico’s inhoudt.
In dat geval is een uitzondering op vlak van identiteitscontrole of leeftijdsgrenzen niet langer te rechtvaardigen.
De wetgever moet nu ingrijpen. Hij krijgt tot 31 december 2026 de tijd om deze ongelijkheid te corrigeren en de regels voor de Nationale Loterij in lijn te brengen met die voor de rest van de sector.
De komende maanden worden cruciaal. De integratie van cafés in het controlesysteem, de harmonisering van regels voor online kansspelen en de herdefiniëring van het statuut van de Nationale Loterij zullen centraal staan in het debat.

