Speelautomaten: het risico heringedeeld in Nederland
In Nederland zou een politieke beslissing de perceptie van speelautomaten in Europa kunnen herdefiniëren. Na een grondige audit van de risico’s op witwassen overwegen de autoriteiten om deze sector als “laag risico” te classificeren.
Een regelgevende ommekeer onder Europese druk
De Europese Unie staat op het punt haar arsenaal tegen witwassen aanzienlijk te versterken. De nieuwe antiwitwasregelgeving (AMLR), die in 2027 in werking treedt, verplicht de lidstaten om de risico’s die verbonden zijn aan elke economische sector nauwkeurig te evalueren.
In dit kader worden kansspelen niet langer op uniforme wijze behandeld. Nationale autoriteiten kunnen voortaan vrijstellingen toekennen aan bepaalde activiteiten, op voorwaarde dat zij aantonen dat het risiconiveau daadwerkelijk laag is. Speelautomaten, lange tijd beschouwd als gevoelig, worden in Nederland opnieuw geëvalueerd.
Een politiek gevoelige beslissing
Het classificeren van speelautomaten als “laag risico” blijft delicaat, aangezien de kansspelindustrie historisch wordt geassocieerd met risico’s op fraude en witwassen.
Maar moderne regelgevende kaders hebben de praktijken grondig veranderd. Zoals Emmanuel Mewissen, CEO van de groep GAMING1, benadrukt:
“In een gereguleerde omgeving is het risico onder controle.”
Vandaag opereren exploitanten van speelautomaten in een sterk gereguleerde omgeving. Verschillende elementen structureren deze controle. Er zijn talrijke verplichtingen voortvloeiend uit de Europese antiwitwaskaders, die onder meer de identificatie van klanten, de monitoring van transacties en de melding van verdachte verrichtingen opleggen.
De studies uitgevoerd voor de Nederlandse overheid tonen aan dat het witwasrisico minder afhangt van het type spel dan van het niveau van controle dat wordt uitgeoefend. In sectoren waar de verplichtingen strikt worden toegepast, kan het risico aanzienlijk worden verminderd.
Speelautomaten: een beperkt maar niet onbestaand risico
De analyses die werden uitgevoerd in het kader van studies in opdracht van de Nederlandse overheid concluderen niet dat er helemaal geen risico is. Ze tonen eerder aan dat het risico beheerst wordt in een gereguleerde omgeving.
Het evaluatiekader steunt op verschillende criteria:
- de mogelijkheid om grote bedragen te injecteren
- het potentiële rendement van de operaties
- de kans op detectie
Deze elementen maken het mogelijk om te bepalen of een activiteit een structureel dan wel marginaal risico vormt. In het geval van speelautomaten beperken de technische en regelgevende beperkingen de mogelijkheden tot grootschalig witwassen sterk.
Een Europese strategie: de echte risico’s aanpakken
Een van de belangrijkste lessen van deze evolutie is de verandering in regelgevende filosofie.
Lange tijd pasten beleidsmakers uniforme regels toe op de volledige kansspelsector. Vandaag is de tendens anders: het gaat erom de beperkingen aan te passen aan het werkelijke risiconiveau.
Zoals Emmanuel Mewissen het samenvat:
“Beter reguleren betekent niet altijd méér reguleren.”
Het Belgische voorbeeld: een reeds strikt kader
België wordt vaak aangehaald als een model op het vlak van regulering van kansspelen. Het land beschikt over een van de strengste kaders in Europa. Dit systeem berust op een combinatie van technische controles, strikte vergunningen en voortdurende monitoring. Het toont aan dat regulering doeltreffend kan zijn zonder overdreven te zijn, op voorwaarde dat ze gericht is.
De erkenning van een laag risico betekent niet dat controles worden opgegeven. Integendeel, ze is gebaseerd op het idee dat de bestaande mechanismen werken. De uitdaging voor de autoriteiten zal er dus in bestaan dit niveau van vereisten te behouden en tegelijk overregulering te vermijden die de legale operatoren zou kunnen verzwakken.

