Casino’s trekken ook klanten naar de horeca: wat betekent dat voor België?
Een casinoavond eindigt niet noodzakelijk aan de speeltafel. Bezoekers eten onderweg, drinken iets in de buurt of boeken een overnachting. Nieuw Brits onderzoek belicht die economische wisselwerking. Ook voor België is dat een relevant onderwerp, al kunnen de Britse cijfers niet zomaar worden overgenomen.
Een restaurant vóór het casino, een drankje na afloop en een taxi terug naar het hotel. Wie een avond uitgaat, besteedt zijn geld vaak op meerdere plaatsen. Volgens nieuw onderzoek dat de Britse Betting and Gaming Council (BGC) presenteert, profiteren ook omliggende ondernemingen van casinobezoekers.
Van de ondervraagde klanten zegt 41,1 procent dat zij zonder het casinobezoek thuis zouden zijn gebleven. Daarnaast geeft 72,1 procent aan tijdens het bezoek minstens één andere lokale onderneming te hebben gebruikt.
De sector ziet daarin bewijs dat fysieke casino’s een bredere economische rol vervullen. Voor België roept het onderzoek vooral een interessante vraag op: hoeveel activiteit brengen casino’s buiten hun eigen muren op gang?
Vier op de tien bezoekers zouden thuisblijven
De bevindingen zijn op 14 oktober gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van de Night Time Industries Association (NTIA) in het Hippodrome Casino in Londen. Het rapport draagt de titel Beyond Gaming: The Evolution of Britain’s Land-Based Casinos as Nightlife Destinations.
Naast de 41,1 procent die anders thuis zou zijn gebleven, zegt 55 procent waarschijnlijk of zeker niet naar de betreffende buurt te zijn gekomen zonder het casino. Die percentages beschrijven verschillende antwoorden en mogen niet bij elkaar worden opgeteld.
De publicatie van de NTIA over casino’s en lokale bezoekersstromen plaatst de resultaten in het debat over levendige stadscentra en de economie tijdens de avond en nacht. De gedachte is eenvoudig: een bestemming die mensen naar een buurt trekt, kan ook klanten opleveren voor andere ondernemingen.
Daarbij blijft een onderscheid belangrijk. Dat iemand een andere onderneming bezocht, vertelt nog niet hoeveel die persoon daar uitgaf. Het bewijst evenmin hoeveel extra omzet de buurt als geheel dankzij het casino behaalde.
Meer dan speelautomaten en roulette
Het rapport beschrijft casino’s als locaties waar kansspelen steeds vaker worden gecombineerd met restaurants, bars en entertainment. Daarmee wil de sector een breder publiek aanspreken en bezoekers meerdere redenen geven om langs te komen.
Volgens de gepresenteerde sectorcijfers ondersteunen de 108 vergunde Britse casino’s ongeveer 14.000 directe en indirecte banen. Jaarlijks zouden zij bijna 14 miljoen bezoeken ontvangen. Dat laatste cijfer gaat over bezoeken, niet over 14 miljoen verschillende mensen.
Michael Kill, CEO van de NTIA, benadrukt in de toelichting dat stadscentra ondernemingen nodig hebben die mensen een reden geven om hun huis te verlaten. BGC-topvrouw Grainne Hurst legt de nadruk op werkgelegenheid en de mogelijke voordelen voor restaurants, bars en hotels.
Dat zijn economische argumenten van organisaties die de betrokken sectoren vertegenwoordigen. Hun belang bij een gunstig beleidsklimaat hoort dus bij de context van het onderzoek.
De Belgische parallel ligt in Charleroi
Ook in België bestaat de ambitie om kansspellocaties onderdeel te maken van een breder vrijetijdsaanbod. Gambling Club sprak eerder met Golden Palace-CEO Massimo Menegalli over zijn visie op het casino van de toekomst.
Daarin beschreef hij vestigingen waar ontmoeting, horeca en entertainment meer ruimte krijgen. Een concreet voorbeeld was het theater boven de vestiging aan de Place de la Digue in Charleroi. Golden Palace wilde daar een combinatie ontwikkelen van cultuur, eten, drinken en ontspanning.
Volgens Menegalli moesten mensen er ook een avond kunnen doorbrengen zonder te gokken. Die ambitie sluit aan bij het model dat het Britse onderzoek bespreekt: de aantrekkingskracht van een locatie hoeft niet uitsluitend van de speelzaal te komen.
Een aangekondigde visie is natuurlijk nog geen gemeten economisch resultaat. Om te weten of omliggende ondernemers daadwerkelijk profiteren, zijn gegevens nodig over bezoekers, bestedingen en de ontwikkeling van de buurt.
Brussel toont waarom continuïteit telt
De relatie tussen een casino en zijn omgeving draait ook om zekerheid. Ondernemingen investeren gemakkelijker wanneer zij weten onder welke voorwaarden zij hun activiteiten kunnen voortzetten.
Gambling Club berichtte in september over de ingetrokken toekenning van de casinoconcessie in Brussel. De stad trok de beslissing ten gunste van E.C.K., de onderneming achter Napoleon Games, in nadat de Raad van State de toekenning had geschorst.
Het dossier bracht onzekerheid mee voor de toekomstige uitbating en de werknemers. De berichtgeving benoemde daarbij 286 medewerkers.
Die kwestie verschilt van het Britse belastingdebat, maar raakt aan dezelfde praktische vraag: welke zekerheid hebben exploitanten nodig om plannen uit te voeren? Voor een stad gaat het daarbij om zowel een juridisch correcte procedure als de continuïteit van een economische activiteit.
Britse sector koppelt onderzoek aan investeringen
De BGC gebruikt de onderzoeksresultaten ook om te pleiten voor een stabiel fiscaal klimaat. Volgens de organisatie hebben casino-exploitanten ongeveer 200 miljoen pond aan investeringen voor de komende vijf jaar geïdentificeerd.
Het gaat om geplande investeringen, onder meer in horeca, entertainment en bezoekersvoorzieningen. Het bedrag is dus geen garantie dat alle projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd.
De sector verwijst daarbij naar de Britse casin hervormingen van 2025. De Gambling Commission legt de wijzigingen voor fysieke casino’s uit. Onder voorwaarden kregen bepaalde casino’s ruimere mogelijkheden, waaronder een hoger aantal speelautomaten. De wijzigingen traden op 22 juli 2025 in werking.
Volgens de BGC kunnen nieuwe belastingdruk en onzekerheid over de Machine Games Duty investeringen afremmen. Dat is de waarschuwing van de brancheorganisatie; het onderzoek naar bezoekersstromen bewijst op zichzelf niet welke belastingkeuze economisch het beste uitpakt.
Wat België eerst zou moeten meten
Voor Belgische steden is vooral de onderzoeksvraag bruikbaar. Komen bezoekers speciaal voor het casino? Combineren zij hun bezoek met een restaurant of hotel? En besteden zij daadwerkelijk meer in de omgeving dan zij anders zouden doen?
Daarvoor volstaat het niet om alleen casinoklanten te bevragen. Ook omliggende ondernemers, bezoekers die niet gokken en lokale overheden kunnen waardevolle informatie leveren.
Bovendien maakt de locatie verschil. Een casino in een toeristische omgeving kan een andere functie vervullen dan een vestiging in een druk stadscentrum. De Britse percentages zeggen daarom niets rechtstreeks over het gedrag van Belgische bezoekers.
Een goede Belgische studie zou ook onderzoeken of er nieuwe bestedingen ontstaan of dat geld vooral verschuift tussen bestaande uitgaansmogelijkheden. Dat onderscheid bepaalt hoeveel economische meerwaarde er werkelijk bijkomt.
Economische betekenis vraagt ook om bescherming
Werkgelegenheid en bezoekersstromen zijn relevante onderdelen van het debat. Tegelijk blijft een casino een onderneming die kansspelen aanbiedt.
Een breder horeca- of entertainmentaanbod verandert niets aan de noodzaak om spelers te beschermen. Gambling Club beschreef eerder welke signalen van problematisch gokgedrag aandacht verdienen en hoe uitsluiting via de Belgische EPIS-lijst werkt.
Het Britse onderzoek geeft België daarmee aanleiding om de economische rol van fysieke casino’s beter te onderzoeken. De interessantste vraag is hoeveel omliggende ondernemingen daadwerkelijk profiteren, onder welke omstandigheden dat gebeurt en hoe die ontwikkeling samengaat met bescherming van spelers.

