Bingoal raakt overzicht kwijt en verliest zaak over kansspelheffing
Bingoal heeft bij de Raad van State definitief bot gevangen in een zaak over de Nederlandse kansspelheffing. Het gokbedrijf wilde een aanslag van € 71.027,75 aanvechten, maar diende zijn beroep te laat in. Daardoor kwam de rechter niet toe aan een inhoudelijk oordeel over de heffing zelf.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep op 9 september 2026 ongegrond. Het argument dat Bingoal en zijn juridische vertegenwoordiger door het grote aantal procedures het overzicht waren kwijtgeraakt, bood geen uitweg. Volgens de hoogste algemene bestuursrechter hoort het bewaken van beroepstermijnen bij de verantwoordelijkheid van een professionele rechtsbijstandverlener.
De aanslag dateert uit 2023
De zaak begon op 28 februari 2023. De Kansspelautoriteit legde Bingoal Nederland B.V. toen de definitieve kansspelheffing over 2022 op. Het ging om een bedrag van € 71.027,75.
Bingoal maakte bezwaar tegen de aanslag. De Ksa verklaarde dat bezwaar op 23 juli 2024 ongegrond. Daarna kon het bedrijf de beslissing voorleggen aan de bestuursrechter, maar het beroepschrift werd niet binnen de geldende termijn ingediend.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep daarom op 16 september 2025 niet-ontvankelijk. Volgens de rechtbank bestond er geen geldige reden om de termijnoverschrijding te vergeven. Bingoal legde zich daar niet bij neer en ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 17 augustus 2026. Bingoal werd tijdens de zitting vertegenwoordigd door advocaat J.L. Vissers. Namens de Ksa verschenen K.H.E. Swinkels en M. van Dalen. Enkele weken later volgde de officiële uitspraak van de Raad van State.
Bingoal zegt het overzicht te zijn kwijtgeraakt
Bingoal voerde aan dat kansspelaanbieders sinds de opening van de Nederlandse online markt veel fiscale procedures moeten voeren. Zij maken volgens het bedrijf bezwaar tegen maandelijkse aanslagen kansspelbelasting en tegen de jaarlijkse kansspelheffing.
Daardoor had Bingoal een groot aantal procedures lopen. Volgens de aanbieder waren niet alleen het bedrijf en zijn gemachtigde het overzicht kwijtgeraakt. Ook bij de Kansspelautoriteit zou verwarring zijn ontstaan over de verschillende zaken.
Bingoal wees daarnaast op het financiële belang van de procedure. De aanslag bedroeg ruim € 71.000 en de aanbieder wilde dat zijn bezwaren inhoudelijk werden beoordeeld. Volgens Bingoal werd de Ksa niet benadeeld door de te late indiening en speelden er geen belangen van andere partijen.
Tijdens de zitting trok Bingoal één onderdeel van het hoger beroep in. Het bedrijf stelde aanvankelijk dat de rechtbank niet uit zichzelf had mogen beoordelen of het beroep tijdig was ingediend. Dat argument werd niet gehandhaafd. De discussie draaide daarna alleen nog om de vraag of de termijnoverschrijding verschoonbaar was.
Veel procedures vormen geen geldig excuus
De Raad van State ging niet mee in de resterende argumenten. Een groot financieel belang maakt een te laat ingediend beroepschrift niet alsnog ontvankelijk. Ook de hoeveelheid procedures die Bingoal had aangespannen, was volgens de Afdeling geen bijzondere omstandigheid.
Daarbij speelde mee dat Bingoal gebruikmaakte van professionele rechtsbijstand. Van een advocaat of andere professionele gemachtigde mag worden verwacht dat die wettelijke termijnen bewaakt. Als nog niet alle argumenten klaar zijn, kan tijdig een pro-forma beroepschrift worden ingediend. De inhoudelijke motivering kan dan meestal later worden aangevuld.
Alleen bijzondere persoonlijke omstandigheden bij de rechtsbijstandverlener kunnen soms tot een ander oordeel leiden. Bingoal had volgens de Raad van State geen omstandigheden aangevoerd die aan die hoge drempel voldeden. Dat de gemachtigde door het aantal dossiers het overzicht verloor, is een organisatorisch probleem en geen verschoonbare reden.
De zaak laat daarmee zien hoe strikt bestuursrechtelijke termijnen worden toegepast. Ook een professionele marktpartij met een groot financieel belang kan geen inhoudelijke behandeling afdwingen wanneer een wettelijke termijn zonder geldige reden is verstreken.
Niet-ontvankelijk is geen inhoudelijk verlies
De uitspraak betekent niet dat de Raad van State de berekening van € 71.027,75 inhoudelijk heeft goedgekeurd. De bestuursrechter heeft niet beoordeeld of de heffing correct was vastgesteld of dat Bingoal goede inhoudelijke bezwaren had.
Niet-ontvankelijk betekent dat de rechter niet aan die vragen toekomt. De procedure strandt bij de formele toegangspoort. Omdat het beroep te laat was ingediend, bleef er volgens de Afdeling ook geen ruimte over voor een afzonderlijke belangenafweging.
Dat onderscheid is belangrijk. In publicaties over rechtszaken wordt een niet-ontvankelijkverklaring soms gelijkgesteld aan een verloren inhoudelijke discussie. Juridisch zijn dat twee verschillende uitkomsten. Bingoal verloor de mogelijkheid om de heffing in deze procedure te laten toetsen, maar de rechter gaf geen oordeel over de bezwaren tegen de aanslag zelf.
Een vergelijkbaar onderscheid tussen procedure en inhoud speelt vaker in de kansspelsector. Gambling Club beschreef eerder de juridische strijd over oude online casinoverliezen. Ook daar kan de gekozen juridische route bepalend zijn voor de vraag of een rechter uiteindelijk aan de financiële claims toekomt.
Kansspelheffing is iets anders dan kansspelbelasting
In de zaak worden twee begrippen genoemd die gemakkelijk door elkaar worden gehaald. Kansspelbelasting wordt geheven door de Belastingdienst. Bij online aanbieders wordt deze belasting berekend over het verschil tussen de ontvangen inzetten en de uitgekeerde prijzen.
De kansspelheffing wordt door de Kansspelautoriteit opgelegd. Vergunde aanbieders betalen deze bijdrage onder meer voor het toezicht op de markt en het Verslavingspreventiefonds. Op de uitleg van de Ksa over de heffing voor online kansspelen staat dat de hoogte afhankelijk is van het bruto spelresultaat. Het huidige tarief bedraagt 1,95 procent, waarvan 0,25 procentpunt voor verslavingspreventie is bestemd.
Het geschil van Bingoal ging specifiek over de definitieve jaarlijkse kansspelheffing voor 2022. De aanbieder verwees in zijn verweer wel naar de combinatie van maandelijkse belastingprocedures en jaarlijkse heffingsprocedures. Daarmee probeerde Bingoal te verklaren waarom het aantal dossiers zo groot was geworden.
De Nederlandse kansspelmarkt kent sinds de legalisering van online gokken in oktober 2021 een omvangrijk stelsel van regels, rapportages en financiële verplichtingen. In een eerder overzicht van de veranderingen in de Nederlandse gokwet werd al duidelijk hoeveel nieuwe controles en verplichtingen aanbieders in korte tijd moesten verwerken.
Fiscale druk op aanbieders blijft toenemen
Hoewel deze uitspraak alleen over een gemiste beroepstermijn gaat, staat zij niet los van de bredere discussie over de financiële lasten voor Nederlandse vergunninghouders. De kansspelbelasting werd in 2025 verhoogd van 30,5 naar 34,2 procent. Sinds 1 januari 2026 bedraagt het tarief 37,8 procent.
Die belastingverhoging is een ander onderwerp dan de jaarlijkse heffing van € 71.027,75 waarover Bingoal procedeerde. Beide lasten drukken echter op dezelfde vergunde bedrijven. Aanbieders stellen daarom steeds vaker kritische vragen over de stapeling van belastingen, heffingen en nalevingskosten.
Gambling Club schreef eerder dat de hogere gokbelasting minder opbrengt dan verwacht. Legale aanbieders waarschuwen dat een te zware belastingdruk hun aanbod minder concurrerend maakt tegenover illegale goksites. De overheid benadrukt daartegenover dat kansspelbedrijven een passende bijdrage moeten leveren aan de schatkist en het toezicht.
De Bingoal-zaak geeft geen antwoord op die beleidsdiscussie. De Raad van State beoordeelde niet of de hoogte van de kansspelheffing redelijk was. De uitspraak maakt alleen duidelijk dat een aanbieder zijn inhoudelijke argumenten op tijd bij de rechter moet neerleggen.
Ook andere gokbedrijven voeren fiscale procedures
Bingoal is niet de enige kansspelaanbieder die een financiële beslissing van de overheid voor de rechter brengt. In 2025 verloor Circus.nl bijvoorbeeld een procedure over meer dan één miljoen euro aan btw op diensten van een platformleverancier.
In de fiscale rechtszaak van Circus.nl werd wél inhoudelijk gekeken naar de vraag of de betrokken diensten onder een btw-vrijstelling vielen. De rechtbank oordeelde dat de leverancier niet zelf als kansspelaanbieder kon worden beschouwd. Daardoor kon Circus de betaalde btw niet terugvorderen.
Het verschil met Bingoal is duidelijk. Circus kreeg een inhoudelijk oordeel, terwijl het beroep van Bingoal al op de indieningstermijn vastliep. Voor vergunninghouders onderstreept dat het belang van een sluitende administratie waarin bezwaren, aanslagen en beroepstermijnen afzonderlijk worden gevolgd.
Dat wordt nog belangrijker wanneer een bedrijf meerdere procedures tegelijk voert. Elke aanslag en ieder besluit kan een eigen termijn hebben. Een grote hoeveelheid dossiers ontslaat een professionele partij niet van de verplichting om die termijnen te bewaken.
Uitspraak maakt de heffing definitief
Het hoger beroep van Bingoal is ongegrond verklaard. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Ksa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Voor Bingoal betekent dit dat de aanslag kansspelheffing van € 71.027,75 in deze procedure niet meer inhoudelijk wordt beoordeeld. Het bedrijf kreeg geen uitzondering vanwege de hoeveelheid procedures, het financiële belang of het ontbreken van benadeelde derden.
De uitspraak bevat daardoor een heldere waarschuwing voor alle vergunde aanbieders. Wie een besluit van de toezichthouder wil aanvechten, moet binnen de wettelijke termijn handelen. Als een volledige motivering nog niet klaar is, kan een pro-forma beroepschrift voorkomen dat een zaak al eindigt voordat de rechter naar de inhoud kijkt.

