Woohoo is geen kansspel
De correctionele rechtbank van Brussel heeft de Nationale Loterij en haar gedelegeerd bestuurder, Jannie Haek, vrijgesproken in het dossier van de online spellen Woohoo. De beslissing, uitgesproken op 29 mei, bevestigt dat deze spellen onder de online loterij vallen en niet onder de kansspelwet.
Een langverwachte beslissing in het Woohoo-dossier
Het is een beslissing die een einde maakt aan een gevoelig dossier voor de Nationale Loterij. De correctionele rechtbank van Brussel heeft de Nationale Loterij en haar gedelegeerd bestuurder, Jannie Haek, vrijgesproken in het Woohoo-dossier, genoemd naar de instant loterijspellen die online worden aangeboden.
Moeten de Woohoo-spellen worden beschouwd als kansspelen, waarvoor een vergunning van de Kansspelcommissie vereist is, of als online loterijspellen die onder het eigen kader van de Nationale Loterij vallen? De rechtbank heeft beslist. Volgens het vonnis dat op 29 mei werd uitgesproken, zijn deze spellen wel degelijk online loterijspellen, aangezien hun resultaat niet wordt beïnvloed door het gedrag van de spelers. Deze beoordeling steunt onder meer op een arrest van het Grondwettelijk Hof van 11 december 2025, dat in de procedure werd aangehaald.
De Woohoo-spellen vallen dus niet onder het toepassingsgebied van de kansspelwet. Hun organisatie en terbeschikkingstelling vereisen dus geen vergunning van de Kansspelcommissie. De rechtbank leidde daaruit af dat de Nationale Loterij en Jannie Haek zich niet schuldig hadden gemaakt aan een inbreuk die door deze wet wordt geviseerd.
Een klacht vanuit de sector van de krantenwinkels
De zaak werd voor de rechtbank gebracht na een strafklacht die in 2023 werd ingediend door Vision Presse, een beroepsvereniging die krantenwinkels in Wallonië en Brussel vertegenwoordigt. Deze organisatie verweet de Nationale Loterij een strategie te hebben aangenomen die als schadelijk voor de krantenwinkels werd beschouwd.
Achter het juridische debat schuilde ook een economische bezorgdheid. Vision Presse was van mening dat de Nationale Loterij de speler uit de krantenwinkels wilde weghalen door hem naar haar digitale applicatie te lokken. De Woohoo-spellen, die uitsluitend in digitale vorm beschikbaar zijn, vormden de kern van deze kritiek. Voor de krantenwinkels die door Vision Presse worden vertegenwoordigd, ging de kwestie dus verder dan de eenvoudige juridische kwalificatie van een spel. Ze raakte aan het distributiemodel, de plaats van fysieke verkooppunten en de evolutie van de gewoonten van spelers.
Vision Presse voerde ook een centraal argument aan: volgens haar moesten de Woohoo-spellen als kansspelen worden beschouwd. Als deze analyse was gevolgd, had de Nationale Loterij een vergunning van de Kansspelcommissie moeten verkrijgen om ze legaal aan te bieden.
Het gedrag van de speler centraal in de redenering
De rechtbank heeft echter een andere lezing gevolgd. Het doorslaggevende element is de plaats van het gedrag van de speler in het resultaat van het spel. Volgens het vonnis heeft het gedrag van de speler geen enkele invloed op het eventuele bestaan van een winst, maar enkel op de onthulling van zijn resultaat. Het is dit onderscheid dat de rechtbank ertoe heeft gebracht de Woohoo-spellen te beschouwen als online loterijspellen, en niet als kansspelen in de zin van de betwiste wet.
Door de Nationale Loterij en Jannie Haek vrij te spreken, heeft de correctionele rechtbank van Brussel geoordeeld dat er geen sprake kon zijn van een inbreuk op de kansspelwet. Inbreuken op deze wet kunnen nochtans leiden tot aanzienlijke financiële sancties, met boetes die kunnen oplopen van 26 euro tot 120.000 euro.
In dit dossier verdwijnt deze strafrechtelijke dreiging dus voor de vrijgesproken beklaagden. De beslissing bevestigt dat, voor de rechtbank, de terbeschikkingstelling van de Woohoo-spellen door de Nationale Loterij niet onder het vergunningsstelsel viel dat door Vision Presse werd verdedigd.
In haar reactie is de Nationale Loterij van mening dat de rechtbank bevestigt dat zij, zelfs wanneer zij online loterijspellen organiseert en aanbiedt, zoals instant loterijspellen, niet onder de kansspelwet valt.
Risico’s op verslaving blijven aangehaald
Het Grondwettelijk Hof heeft aangegeven dat online loterijspellen risico’s inhouden die vergelijkbaar zijn met die van kansspelen, met name op het vlak van verslaving. Deze zin, aangehaald in het vonnis van 29 mei, nuanceert de draagwijdte van het debat sterk.
De erkenning van het statuut van online loterij betekent dus niet dat de bezorgdheden rond het gebruik van deze spellen worden weggenomen. Het digitale verandert de toegang, de mogelijke deelnemingsfrequentie en de ervaring van de speler.
De Nationale Loterij stelt dat zij haar spellen al meer dan 90 jaar organiseert binnen een verantwoordelijk, gecontroleerd en transparant kader. Ze zegt ook ter beschikking te staan van de autoriteiten om bij te dragen aan elke wetgevende aanpassing die het mogelijk maakt om een bescherming van spelers te versterken die evenredig is aan het werkelijke risico van de spellen en juridisch veilig is. Het standpunt dat door de Nationale Loterij wordt uitgedrukt, berust op één idee: de omkadering moet gebaseerd zijn op het risiconiveau. Deze aanpak bestaat erin niet alle spelproducten op dezelfde manier te behandelen, maar de regels aan te passen volgens de risico’s die ze vertonen, met name online.
Wat het vonnis concreet verandert
Het vonnis van de correctionele rechtbank van Brussel betekent dat de Nationale Loterij en haar gedelegeerd bestuurder niet worden veroordeeld in het Woohoo-dossier. Het bevestigt ook dat deze spellen, zoals ze werden onderzocht, worden beschouwd als online loterijspellen. De Nationale Loterij werd dus niet schuldig bevonden aan het organiseren van kansspelen zonder vergunning. De rechtbank heeft geoordeeld dat het resultaat van de spellen niet werd beïnvloed door het gedrag van de speler.
Maar de beslissing doet de vragen rond online spellen niet verdwijnen. De herinnering van het Grondwettelijk Hof aan de vergelijkbare risico’s, in het bijzonder op het vlak van verslaving, toont aan dat het debat zich nu zou kunnen verplaatsen naar het wetgevende en regelgevende terrein. De Nationale Loterij zegt zelf bereid te zijn om bij te dragen aan een eventuele wetgevende aanpassing.

